Nico Staal is verantwoordelijk voor de gehele jeugdbegeleiding bij De Volharding. Wie de omgang met ouder bij de vereniging goed wil begrijpen, moet vooraf twee dingen weten, zo stelt hij. De Volharding is ten eerste niet zomaar een wielervereniging. De club acteert op Europees topniveau en de kinderen die er binnenkomen, zijn 14 jaar of ouder en bewezen talenten. Het is met recht een topsportomgeving, maar wel een waar het besef leeft dat sportplezier een onmisbare voorwaarde is voor goede prestaties. En verder is wielrennen een ‘wat lastige’ sport, zoals Staal het omschrijft. “Wielrennen wijkt af van veel sporten. Als je op voetbal gaat, kom je in een ploeg, ga je met die ploeg trainen, wedstrijden spelen, je gaat met zijn allen op pad. Bij wielrennen is dat anders. Tussen trainen, al dan niet bij een club, en koersen zit maar weinig verband. Naar koersen ga je met papa en mama, niet met je team.”

‘Ouders moeten betrokken zijn’

Wielerverenigingen van vergelijkbaar niveau als De Volharding zijn vaak duidelijk naar ouders: ze zijn niet welkom. Commentaar langs de kant is niet gewenst en helpt de kinderen niet. Staal: “Wij doen dat anders. De ouders moeten betrokken zijn, dat is belangrijk voor het kind. Maar ze moeten zich wel aan spelregels houden. Daarvoor hebben wij een apart spelregelboekje gemaakt. En we zijn dus op zoek gegaan naar een derde partij die inzicht kan bieden in het effect van het gedrag van ouders. Daarom werken we onder meer samen met NOC*NSF en bieden we trajecten aan als Lang Leve de Sportouder, Themagericht Trainen en Coachen van Pubers en Sportief Coachen. Die laatste hebben ouders ploegleiders van ons kort geleden nog gevolgd. Wij ervaren de cursussen van NOC*NSF allemaal als heel prettig en vooral praktijkgericht. Wij bedrijven topsport, maar willen het ook gezellig houden. Dan zijn de kinderen in staat het uiterste uit zichzelf te halen.”

Duidelijke regels

Of het nu topsport of gemiddeld amateurniveau betreft, Staal is ervan overtuigd dat je met de ouders in gesprek moet en ze moet laten inzien hoe belangrijk het is dat ze zich langs het parcours aan een aantal duidelijke regels houden. In de omgang met ouders ben je positief en begripvol, maar ook duidelijk, zo kwam ook in de sessies van NOC*NSF naar voren. “Bij ons is bijvoorbeeld een heel duidelijke regel: ouders gaan nooit protesteren bij de jury, dat doen wij, mocht het nodig zijn. En ook over schreeuwen langs de kant hebben wij een duidelijk standpunt. Ouders zijn in staat van alles te roepen en wij zijn van mening dat het geen enkele functie heeft. Dat moet je uitleggen. Dat hebben wij al vaker gedaan en bij Sportief Coachen werd nog eens benadrukt dat je zelfs het tegenovergestelde ermee kan bereiken. Dat levert overigens maar weinig negatieve reacties op.”

Ouders controleren elkaar

Ook een initiatief van de club om de kinderen zelf te laten opschrijven wat ze vervelend vinden aan het commentaar van de ouders, kon op veel begrip bij ouders rekenen. “Ouders waren verrast door de reacties, dat wel. En we hebben een tijd geleden ook besloten de aanwezige ouders bij een koers zo veel mogelijk bij elkaar te brengen. Ook dat helpt. Ben je alleen met je kind op pad, dan ben je vrij om van alles te roepen, want niemand zal je erop aanspreken. Staan tien ouders bij elkaar, dan controleren zij ook elkaar. Dus willen we ouders bij een wedstrijd  zo veel mogelijk op één plek hebben. Dat werkt heel goed.”

Beide benen op de grond

De bijscholingen en andere trajecten van NOC*NSF zijn niet de enige bijeenkomsten waarmee De Volharding energie steekt in het bewaken van de goede sfeer en dus een prettig, veilig sportklimaat. In de winter, tussen de seizoenen in, organiseert de club sessies voor de jonge renners, voor de coaches en begeleiders en voor de ouders om maar de steeds de balans te bewaren tussen goede prestaties en plezier in de sport. Prestatiedrang is prima, maar een realistische blik ook. “In onze visie hebben ouders de verplichting om met beide benen op de grond te blijven. Om één of andere reden is er in de Nederlandse voetbalhistorie maar één Johan Cruijff geweest. Daar zijn er geen 10.000 van in Nederland. In het wielrennen is dat precies zo. Er zitten zeker grote talenten tussen. Wij leveren elk jaar één à twee renners van topniveau af.  Maar in totaal gaat het om 25 procent dat op professioneel niveau verder kan. Dus redt 75 procent het niet. De helft daarvan blijft met veel plezier bij de club fietsen en laat goede prestaties zien, maar haalt niet de top.  De truc is om bij de ouders de verwachtingen te temperen, maar niet te doven. Ouders mogen aanmoedigen, maar geen prestaties opleggen.”

  • Datum: 05-04-2017

Klik op één van de onderstaande thema’s om meer over dit onderwerp te lezen. Als je op het plusje naast het thema klikt, houden we je op de hoogte van dit onderwerp in jouw nieuwsbrief.

Bestuur & organisatie Veilig sportklimaat Tips en advies

Goede voorbeelden in de buurt


Lees ook